dinsdag 28 mei 2013

Zilt


Zomer, zon en zee zijn nu al zolang voorbij. Dat zingt Louis Neefs in “Zomer zon en zee”. En dat is waar voor eenieder die zich nu in België bevindt. Maar zomer, zon en zee gaan nooit voorbij in Thailand. En aangezien ik nog niet veel zee gezien had werd het hoog tijd voor wat zand tussen mijn tenen. Toen ik hoorde dat JoAnne en Grace, een tante en nicht uit San Francisco, een trip naar Thailand geboekt hadden zag ik mijn kans schoon om hen in Krabi te vervoegen.



Krabi is een stukje land waar god een regenboogscheet liet. Hoge kalkstenen rotsen afgewisseld met heerlijk zand en een proper zeewater. Als je in Bangkok woont zijn er verscheidene mogelijkheden om er te geraken. De fiets is de meest ecologische oplossing maar reken wel dat je een dikke negenhonderd kilometer moet afleggen. Het vliegtuig is iets sneller maar dan wel de minst ecologische en economische oplossing. Als je met de trein gaat moet je vijfentwintig keer overstappen en over het water reizen zou nogal lang duren aangezien Bangkok aan de golf van Thailand ligt en Krabi aan de Andamanse zee, de andere kant ligt. Deze jongen heeft dan maar de bus genomen.
Een ticketje kost zeshonderdvijftig baht als je in tweede klasse reist. De busrit duurt twaalf uur maar je kan 's nachts reizen om tijd te sparen. Dat doe ik. Ik kom in Krabi aan om acht uur 's morgens. Met nog één oog dicht wordt ik in een minivan gebabbeld die mij naar de dichtstbijzijnde longtailboat rijdt om zo naar Railay bay te varen.
Railay bay een klein schiereiland dat afgesloten is van de rest van Thailand door hoge kalksteen rotsen. JoAnne en Grace verblijven op een hotel in Railay Bay en dat doe ik dus ook.
De longtailboat die naar Railay gaat ligt een eindje in zee te wachten op zijn passagiers. Mijn pijpen oprollen blijkt achteraf overbodig want mijn broek wordt tot ver boven mijn knieën nat. Rugzak in de boot gesmeten, zonnebril op, varen maar kapitein. De kapitein is een donkere Thai met een petje en een voetbalshirt. Het duurt een klein halfuur om naar Railay Bay te varen. Naast mezelf zijn aawezig: een Australisch koppel dat uit twee vrouwen met kletsnatte witte broeken en hun (geadopteerde of geïnsemineerde?) zoon bestaat. Een derde, bebaarde, Australiër en de kapitein aan het roer.



Aangekomen op Railay Bay wordt mijn broek voor een tweede maal nat. Ik kom aan op het mooie west beach van Railay. Mijn hotel bevindt zich op de east side en zou slechts tien minuutjes wandelen zijn van west beach. Hoe verder ik landinwaarts ga, weg van west beach hoe lager het postkaartgehalte van de omgeving wordt.
Ook tijdens de rest van mijn verblijf merk ik dat de Thai er voor zorgen dat de stranden en nabije omgeving netjes en opgeruimd blijven maar als je ergens als toerist gaat waar de meeste toeristen niet gaan dan is het niet meer nodig om vuilnis op te ruimen. Op verschillende plaatsen zie ik een hoop vuilnis en rotzooi, van pmd tot grof huisvuil.
Railay viewpoint resort bevindt zich op het goedkopere east beach van Railay. East beach is een goedkopere locatie omdat het niet echt een strand is. East beach is een zandige mangrove die in de zee loopt en zich niet leent tot zonnebaden noch zwemmen. Maar begrijp me niet verkeerd, Krabi en Railay hebben prachtige stukken natuur die onvervuild zijn en het is een vakantiebestemming die ik iedereen kan aanraden.



Wat doe je daar dan op Railay naast huidkanker opdoen en in de zee ploeteren? Op Railay zelf zijn er verschillende kantoortjes waar je allerlei activiteiten kunt boeken. Je kan aan rotsklimmen doen, een kayak huren, goedkope cocktails drinken, gemasseerd worden of gewoon op het strand liggen en af en toe verkoeling in de zee zoeken. Andere mogelijkheden zijn de nabije eilanden bezoeken per boot. Er zijn twee soorten. De authentieke longtailboat en de speedboot. De eerste is goedkoper en naar mijn mening leuker. De tweede sneller, duurder en voor rijke jeannettoeristen die niet nat willen worden. Wat je ook kan doen is gaan vissen op zee en snorkelen op het einde van de dag. JoAnne en Grace die zelf ook enige viservaring hebben zien daar ook een leuke trip in en deze wordt dus geboekt.

De tweede dag van mijn verblijf op Railay vertrekken we om negen uur 's ochtends. We worden vergezeld door twee franse jongens. De kapitein is een Thai die ondanks de beloftes die de brochure maakte praktisch geen engels spreekt. Maar alles is voorzien. Hengels, haken, lijnen. Boven en onder. Molens en vers aas in de vorm van inktvis, gekoeld in piepschuimen dozen gevuld met ijs. Hij prepareert elke onderlijn met drie haken met aas. Aan het einde van de lijn hangt een loden gewicht. Ik onthou van de brochure dat we op de bodem van de zee moeten vissen en het gewicht bevestigt dat. De kapitein geeft geen uitleg over hoe diep en waar te vissen dus zoeken we het zelf uit. In het eerste uur vangt een van de Franse vrienden drie bescheiden visjes. Ik volg met een vierde vis na twee vissen die me te slim af waren. Grace komt opzetten met nummer vijf. Vooraleer we meer vis kunnen vangen worden we door een regenbui van formaat verrast. Het regent te hard om te blijven vissen dus varen we naar een eiland in de buurt. Na een uurtje wachten is het ergste voorbij en zetten we in een druilerig buitje onze jacht verder.

Ofwel lusten de vissen geen inktvis meer ofwel zijn we volledig verkeerd bezig maar plots voelen we niks meer behalve de deining van de zee in onze lijnen. Vissen is wachten. Na de lunch breekt de zon door en onze kapitein gooit ook een lijntje uit. Ondanks een overschot van twee hengels gebruikt de kleine kapitein er geen. Hij heeft een rol vislijn waaraan hij zijn onderlijn met drie haken en lood aan vastknoopt. Hij gooit zijn lijn in het water en niet zoals onze lijnen die loodrecht naar de bodem gaan blijft zijn lijn mooi diagonaal in het water liggen een eindje van de boot. Natuurlijk vangt hij de ene vis na de andere. In plaats van ons tips te geven zegt hij gewoon dat hij “lucky” is. Als hij vis nummer tien vangt en wij nog altijd niks hebben beslis ik om vlak bij zijn lijn te gaan vissen. Mijn tactiek werpt vruchten af. Ik vang er mijn tweede en derde vis. Omstreeks drie uur 's middags, lang nadat JoAnne en Grace het vissen al opgaven, gaan we snorkelen.
Veel koraal was er niet te zien maar een overvloed aan kleurrijke vissen die op vijf centimeter van jou zwemmen maar je nooit aanraken. Om vier uur keren we terug naar Railay bay. De brochure was wat te enthousiast in het voorspellen van de grootte en het aantal viseen die we zouden vangen maar ik was tevreden. De volgende dag beloofde echter avontuurlijker te worden.





Wat is er nu avontuurlijk aan een kajak? Behalve als je een personage in een Hemmingway verhaal bent of wilde stromen afvaart niet zo veel. Ik huur een kajak voor vier uur en dat kost me vijfhonderd baht. Ze hebben enkel kajaks voor minstens twee personen maar als je vanachter zit is dat alleen ook goed te doen vertelt de Thaise mevrouw me.
Ik zet uit. Na een kwartier merk ik dat ik vrij veel afstand afgelegd heb en dus denk ik: wat als ik nu eens naar Chicken island peddel en terug. Vanaf west beach kan je chicken island zien liggen en het duurde een klein halfuur om er per longtailboat te geraken. Dan moet ik aan vier uur zeker voldoende hebben. Zo gezegd zo gedaan. De zee is rustig het zonnetje schijnt vrolijk en er is geen wolkje aan de lucht. Alles gaat lekker totdat ik merk dat de neus van mijn vaartuig nogal hoog boven het water uitsteekt. Ik kijk achter me en zie plots dat de achterkant van mijn kajak zich deels onder water bevindt. Ik merk ook dat ik al vrij ver van het strand verwijderd ben.
Ik ben te ver gegaan. Ik maak rechtsomkeer en begin zo snel mogelijk terug naar het strand te peddelen. Ik ga meer in het midden van de kayak zitten om het achterste van mijn kajak uit het water te krijgen. Een beslissing die mij fataal wordt. De kajak is een stuk labieler als je niet in een van de twee zitjes zit en voor ik het weet slaat mijn kajak om. Nadat ik mijn drijvende zwemvest en peddel verzameld heb keer ik de kajak terug om. Als ik er terug in probeer te kruipen slaat de kajak weer omver. Na een aantal pogingen besluit ik om dichter naar het strand met de kajak te zwemmen om er daar opnieuw in te kruipen. Hoever ik van het strand was weet ik niet maar het was zeker meer dan een kilometer. Na een halfuur zwemmen met de kajak als balast word ik opgepikt door een speedboot met toeristen. Ze vragen me of ze me terug naar het strand moeten brengen. Waarop ik zeg dat ik niet meer in de kajak raak en dat het waarschijnlijk beter zou gaan vanuit de boot. Eens ik in de kajak zit merk ik weer dat het achterste onder water gaat waarop de Thaise begeleider op de boot zegt dat mijn kajak zeer waarschijnlijk een lek heeft. I am going to take you back to the beach. Aangestaard door een groepje verbaasde Indische toeristen duurt het een minuutje of vijf vooraleer ik terug op het strand sta. Ik heb nog twee uur overschot van mijn vier uur maar ik heb genoeg gekajakked en laat de boot in het beheer van het verhuurbedrijfje met de melding dat het ding lekt. De rest van de dag bracht ik door op een strandzetel van het duurdere hotel waar JoAnne en Grace verblijven.


De rest van mijn tijd op Railay breng ik door op het strand in het gezelschap van JoAnne, Grace en een paar apen. Met zout in mijn haar en op mijn tong keer ik verbrand en voldaan terug naar Bangkok.




woensdag 8 mei 2013


Hallo lieve lezertjes,

Alweer een nieuw verslag over mijn verblijf in Thailand. Dit keer zal ik het hebben over de financiële kant van het verhaal.

Zoals jullie allemaal wel weten zijn de NIKKEI en de BSESN index met respectievelijk 90 en 27 punten gestegen. Dit heeft natuurlijk een niet te onderschatten effect op de Thaise vastgoedmarkt waarin prijzen exponentieel stijgen. Investeerders vragen zich echter af of dit zo zal blijven en men ziet de groei van de Thaise vastgoedmarkt geleidelijk aan vertragen. Effecten zijn sinds de explosieve groei die in 2004 aanving niet enorm meer in prijs gestegen sinds 2008. 2008 was een jaar van politieke onrust maar de algemene tendens is dat markten zich goed hersteld hebben. Investeerders blijven optimistisch maar realiseren zich dat toekomst niet zo rooskleurig zal zijn. Als de grondstofprijzen blijven stijgen zoals ze het voorbije halve jaar deden kan de Thaise industrie in problemen komen. Desalniettemin houden Thaise obligaties een goede koers aan ondanks het feit dat effecten populairder zijn bij investeerders. De Thaise regering maakt zich echter zorgen over China's economische groei die vooral te wijten is aan enorme bouwprojecten die in vele gevallen geen return on investment opleveren en dikwijls verlieslatend zijn. Deze situatie kan zorgen voor een implosie van de Chinese economie met natuurlijk niet te onderschatten effecten op de Zuid-Aziatische economie en dus ook op de Thaise economie. Optimisten geloven echter dat met de Abenomics van Japans recentste premier Shinzo Abe, Japan opnieuw een economische grootmacht kan worden in Zuid-Azië en de effecten van een mogelijke implosie van China's onzekere economie kan stuiten.

Proficiat als jullie tot hier geraakt zijn. Ik weet zelf niet wat ik hier geschreven heb hoor en volgens mij weten die economisten en financiële journalisten dat zelf ook niet. Het is allemaal maar quatsch en bluf en niemand durft toegeven dat niemand eigenlijk geen enkel idee heeft hoe de hele zooi in elkaar steekt. Dus maken ze de hele financiële santekraam zo saai mogelijk zodat geen enkel normaal en gezond persoon geïnteresseerd geraakt en ontdekt dat het allemaal zever in pakskes is. Uitleggen en peten tekenen, dat is het.

Soit, ik zal nog wel eens een serieus verslag schrijven over mijn belevenissen hier.

Groetjes,
Alexander

dinsdag 16 april 2013

Verlengd weekend

Congé. Samengevat is dat de maand april in Thailand. Vorige week maandag kregen we vrijaf. Ook vrijdag, maandag en dinsdag die volgden werd er niet gewerkt. Maar wat is Songkran eigenlijk? Songkran is het Thaise nieuwjaar. Maak je geen zorgen het westerse nieuwjaar vieren ze ook en menig Thai draait er zijn hand niet voor om het Chinese nieuwjaar feestelijk in te zetten. Songkran is van deze drie de grootste. Songkran ook bekend als het water festival vindt plaats rond midden april. Hartje zomer voor de Thai. Temperaturen van achtendertig graden en meer zijn schering en inslag. Een goede reden dus om Songkran tijdens april te houden. Over de geschiedenis van Songkran weet ik niet veel om niet te zeggen niks maar ik verwijs jullie graag door naar wikipedia. Wat is Songkran vandaag? Drie dagen verlof en omdat twee ervan dit jaar op zaterdag en zondag vielen kregen we vrijaf op maandag en dinsdag. Verlengd weekend.

Tijdens Songkran neemt er een grote volksverhuizing plaats. De helft van Bangkok gaat naar familieleden op het platteland om nieuwjaar te vieren. De straten van Bangkok worden ontstopt en een taxirit van een uur duurt plots slechts vijftien minuten. Vele kruidenierswinkeltjes en restaurants gaan dicht. De Thai die in Bangkok blijven veranderen de stad in een oorlogszone. Op elke straathoek staan gewapende militia en zwaarbewapende pick-up trucks rijden rond. Elke voorbijganger is een doelwit. Tijdens de heetste maand van het jaar is het onmogelijk om je tien meter te verplaatsen zonder kletsnat te worden. Het grote concept van Songkran is met water gooien. Er wordt gebruikt gemaakt van waterpistolen en emmers. Ook in mijn straat staan ze klaar om mij onder handen te nemen. Een spurtje voorbij het café tegenover mijn appartement zorgt ervoor dat ik er vrij droog uitkom. Ik neem een motortaxi naar de skytrain en wordt verscheidene keren belaagd maar kom er nog goed uit. Een zakenman in pak probeert te ontsnappen maar krijgt toch een lading over zich heen. Ik ga naar Silom road, het epicentrum. Voor driehonderd baht schaf ik mij een waterpistool aan en de pret kan beginnen. Eens op Silom duurt het geen twee minuten vooraleer ik kletsnat ben. Het is alsof ik met al mijn kleren aan in een zwembad gevallen bent. Op Silom road spuit of gooit de menigte elkaar voortdurend nat. Er is ook een stoet met fanfare die niet gespaard wordt. Thaise meisjes staan klaar met talkpoeder om de gezichten van de jongens in te smeren. Vijf norse agenten die het schouwspel gadeslaan zijn kurkdroog. De verleiding is groot.

(Aangezien ik het niet verstandig vond om mijn fototoestel mee te nemen heb ik er geen foto's van maar via deze link kunnen jullie een fotoreeks over Songkran van De Standaard bekijken: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130415_066 )

donderdag 11 april 2013

ANGKOR


Een hels geluid dat mijn oren doet bloeden snijdt door mijn kamer. Het is drie uur en mijn alarm gaat af. Om vier uur komt een taxi me ophalen om me naar het station te brengen. Het is erg vroeg. Ik schat dat ik maximum vier uur geslapen heb. Ik moet nog het een en ander in mijn rugzak steken, douchen en ik ben klaar om te vertrekken.
Er is weinig verkeer tijdens dit goddeloze uur en de taxirit verloopt vlot. Aangekomen in Hua Lampong koop ik een kaartje en mag ik nog een uur en een half wachten. Beter te vroeg dan te laat zeker.

Het interieur van de trein bestaat uit oranje houten banken. De ramen staan open evenals de deuren. Een ticketje kost achtenveertig baht. Dat is de prijs om in derde en ook de enige klasse 255 kilometer af te leggen. Houten banken. Ze zijn niet echt breed noch lang. Je kan uit het raam hangen zolang je maar oppast voor de talloze huisjes, palen, bruggen en andere obstakels waar de trein rakelings langs passeert. Het duurt zes uur om van Bangkok naar Aranyaprathet, de grens met Cambodja, te reizen.
Het oosten van Thailand bestaat uit droge vlaktes. Een variatie van akkerbouw en braakliggend terrein vormen het landschap. Hier een daar een plas water. Boeren stichten brandjes om de grond vruchtbaar te maken. De as vind zijn weg door de vensters en blijft plakken op de kleren en de zwetende armen van de reizigers. Rond twaalf uur bereiken we het eindstation aan de grens met Cambodja. Ik ben acht uur onderweg.

Mijn eerste zestig dagen in Thailand zijn verstreken en als ik geen boetes of vervelende vragen van immigratie wil dan moet ik het land uit. Ik kies ervoor om de Angkor site te bezoeken, de Piramides van Zuid-Oost Azië. De Angkor site ligt vlak naast het Cambodjaanse stadje Siem Reap. Een gehucht dat rond de honderddertigduizend inwoners telt en dat net zoals de gehele Cambodjaanse economie voor een groot deel draait op toerisme. Het ligt honderdvijftig kilometer verwijderd van de grens met Thailand.

Om Cambodja binnen te geraken heb je een Cambodjaans visum nodig. Daarvoor vul je een papier in, betaal je twintig dollar en heb je een pasfoto nodig. Natuurlijk heb ik geen pasfoto bij me maar blijkbaar zien de jongens van immigratie er geen graten in als je ze tweehonderd baht betaalt. Eerst ben ik nog naïef genoeg om te denken dat die tweehonderd baht de kost is om een foto van mij te trekken en te printen. Niet dus.
Ik reis verder met een hoop andere Westerse toeristen naar Siem Reap via een bus. Daarvoor betaal je negen dollar. De Cambodjaanse riel staat zo laag dat de Cambodjanen liever hebben dat je in dollar betaalt. De dollar is er zelfs zo populair dat je aan bankautomaten enkel dollars kunt afhalen.
Vierduizend riel is ongeveer één dollar waard. In riel betalen is goedkoper wordt me verteld want de kleinste denominatie is een biljet van duizend riel terwijl de kleinste denominatie in dollar een biljet van één dollar is. Voor een fles water betaal je dus tweeduizend riel ofwel één dollar. Ik wissel dertig dollar in riel en krijg een pak biljetten terug die ik amper in mijn portefeuille gewurmd krijg. Er wonen veel miljonairs in Cambodja.

Met de bus naar Siem Reap reizen duurt met een tussenstop een dikke drie uur. Tijdens de rit zie ik het grote verschil tussen het welvarende Thailand en het arme Cambodja. Cambodja heeft een bruto binnenlands product dat niet veel groter is dan dat van Afghanistan. Veel Cambodjanen zijn boer of werken in de lucratievere toeristische sector.
Wanneer de bus aankomt in Siem Reap worden we opgewacht door een bende tuk tuks en hun chauffeurs. Onze Cambodjaanse “reisleider” vertelt ons dat de tuk tuks ons naar ons hotel zullen brengen. Het is inbegrepen in de prijs van ons busticket dus hoeven we niet te betalen. Een vriendelijke jongeman vraagt me waar hij me naar toe kan brengen. Garden Village Guesthouse vertel ik hem terwijl ik naar mijn boekingspapier wijs. Hij weet vrijwel direct waar ik het over heb en nog geen minuut nadat ik uit de bus stapte ben ik onderweg naar de guesthouse waar ik online een kamer voor twee nachten geboekt heb. We komen na een vijf minuten rijden over asfalt en zandwegen aan bij de guesthouse. In Cambodja zijn het merendeel van de wegen onverhard. Ik las op een blog dat de weg van de grens naar Siem Reap maar sinds 2007 geasfalteerd was. Eens uitgestapt wordt het duidelijk waarom het ritje gratis was. Mijn chauffeur vraagt me wat ik morgen ga doen en ik zeg hem dat ik Angkor Wat wil bezoeken. Hij stelt me voor om mij naar de Angkor site te brengen, daar ter plaatse rond te voeren en terug naar het hotel te brengen voor vijftien dollar. Ik ben moe en heb geen zin om nu beslissingen te nemen. Hij slaat een zielig toontje aan en probeert me te overhalen door te zeggen dat hij me wel helemaal naar de guesthouse heeft gereden en dat dit zijn inkomen is enzovoort, enzovoort. Uiteindelijk ga ik akkoord en we spreken af dat hij me de volgende dag om 10 uur oppikt. Ik check in, eet iets in het restaurant van de guesthouse en ga zeer vroeg slapen. Ik heb in dertien uur vierhonderd kilometer afgelegd. De volgende dag informeer ik mij aan de receptie hoe een bezoek aan Angkor Wat het best verloopt en daar krijg ik te horen dat vijftien dollar de standaard prijs is voor een tuk tuk. De Angkor site ligt niet ver van Siem Reap. Na amper tien minuutjes rijden komen we aan bij het ticketkantoor. Een dagticket kost twintig dollar. Er wordt een foto van mij genomen die op het ticketje terecht komt. We rijden verder.
De Angkor site is een complex van tempels en gebouwen die dateren van de Khmer periode van de twaalfde tot de vijftiende eeuw. De Khmer waren een bevolkingsgroep met een koninkrijk dat delen van wat nu Cambodja, Vietnam, Laos en Thailand besloeg. De Angkor site werd gebouwd door een handjevol Khmer koningen die zichzelf nogal fantastisch vonden en net zoals hun collega vorsten en keizers het nodig vonden dit uit te drukken in enkele bouwwerken van formaat. Het merendeel van de gebouwen die te bezichtigen zijn op de Angkor site zijn tempels. Angkor Wat is van oorsprong een hindoeïstische tempel maar is later door een andere koning als boeddhistische tempel gebruikt omwille van een geloofsverandering. Angkor Thom de tweede bekendste tempel na Angkor Wat is van oorsprong boeddhistisch.
De Angkor site was in zijn hoogdagen meer dan een tempelcomplex. Het was een volledige stad. De grootste pre-industriële stad die ooit bestaan zou hebben. Wetenschappers schatten dat die stad de omvang en het aantal inwoners van het huidige Los Angeles had.
Een groot misverstand rond de Angkor site is dat een fransman ze in de negentiende eeuw ontdekt zou hebben nadat de site overwoekerd was door de jungle. Dit is niet correct. Henri Mouhot was een Frans bioloog en plantenkundige die naar Zuid-Oost Azië vertrok om planten te bestuderen en de lokale bewoners van Cambodja toonden hem de Angkor site. Hij schreef er over in zijn dagboek waardoor de toen vrij onbekende site bekend werd bij het Westerse publiek.

Niet lang nadat we het ticketkantoor verlieten verschijnt langs het water plotseling het ontzagwekkende Angkor Wat. Een zandstenen brug leidt naar een muur die de ingang van de tempel vormt. In de verte zie ik drie van de vijf iconische torens. Het is in de verzengende zon een adembenemend zicht. Ik bezoek tijdens deze warme dag drie tempels. Angkor Wat, Angkor Thom en Tha Phrom.
Het is een mierenhoop. De toeristen vormen de grootste groep maar er zijn ook een groot aantal verkopers van water, eten, souvenirs. Kinderen van amper zeven jaar oud proberen je postkaarten te verkopen. De tuk tuk chauffeurs dommelen in hun karretjes terwijl ze wachten op hun klanten. Dappere backpackers huurden een fiets in Siem Reap en verkennen de site door middel van dijen en kuiten.
Toch gaat er een immense rust uit van deze oude bouwsels. Je vindt overal plekjes waar niemand is. Terwijl je uitblaast onder een van de zandstenen bogen die een prachtig kleurverschil tonen dringt het ontzagwekkende van deze plaats tot je door. Bas-reliëfs versieren de muren en de grote Khmer gezichten glimlachen maar kijken recht door je heen. Boeddha's zijn versierd met oranje doeken die
contrasteren met de zandsteen. Ook vandaag wordt er nog vereerd en aanbeden.

De dag er op keer ik met Sounds Of Siam ( https://www.youtube.com/watch?v=NAIM6IErDQk ) tevreden terug naar Bangkok.























zondag 17 maart 2013


Een werkdag. Uitgevoerd, beleefd en beschreven door Alexander.

De zon staat op rond halfzeven. Twee uur later doe ik hetzelfde. Ofwel gaat het alarm van mijn gsm af of ik word vanzelf wakker. Het eerste wat ik doe is de schuifdeur die naar mijn balkon leidt openen om mijn kamer wat af te koelen.

Terwijl de zonnestralen mijn halfnaakte en goddelijke corpus beschijnen aanschouw ik alweer een menigte mensen beneden op straat. Ze aanbidden mij en wachten op mijn zegen om de dag te beginnen.

Op sommige dagen ga ik naar de fitnessruimte op het tweede verdiep. In de fitnessruimte kruip ik op een van de twee hometrainers om twintig minuten af te zien. Dan ontbijt ik, maak ik mijn tas klaar om te vertrekken en douch ik.
Sleutels bij me? Ja. Deur gesloten, naar de lift, de voordeur uit naar de fiets. Ik fiets bijna elke dag naar het kantoor. Soms blijft de fiets op kantoor staan omdat we na het werk ergens samen gaan eten. Met de fiets ben ik tien minuten onderweg, te voet twintig minuten. Om naar het werk te gaan fiets ik eerst naar rechts , dan sla ik links af en kom ik op Thong Lo uit. Thong Lo is te vergelijken met de binnenring van Gent maar dan zonder  fietspaden, verkeersborden, zebrapaden en verkeerslichten. Je moet als zwakke weggebruiker gewoon iets assertiever zijn.
Ik fiets een eindje langs Thong Lo alvorens ik de viervaksbaan een straat te vroeg oversteek om een binnenweg te nemen. Aan het restaurant Little Beast rij ik een binnenkoer op die dient als parkeerplaats voor de bewoners van het gebouw. Er is een achterdeur die toegang verleent tot de verschillende verdiepen. Ik ga met mijn fiets de lift in, naar het vierde verdiep. De fiets blijft op de gang staan net zoals mijn schoenen. In veel plaatsen in Thailand wordt verwacht dat je je schoenen uit doet. Dat geldt echter niet voor publieke plaatsen zoals winkels, restaurants en dergelijke. Op je blote voeten rondlopen in het kantoor is heerlijk en het houdt de vloer proper. Als ik als eerste aankom op kantoor dan zorg ik voor koelte en internet door airco en modem aan te zetten.

Dat is de taak van de eerstgekomene; toegediend door God.

Want god aanschouwde creatieven, accounts, project managers, planners en stagiairs; en in dat moment waren zij allen zijn kinderen en allen gelijk en hij sprak tot hen. “Luistert want ik zal tot u spreken.” En allen luisterden want voorwaar zij hoorden de woorden van de Heer die tot hen sprak. En de Heer sprak voor tweede male tot de menigte die in de vlakte van het kantoor verzameld was om te luisteren naar zijn woorden. En de Heer verkondigde: “En als gij luistert terwijl ik volgend gebod verkondig zult gij niet afgeleid zijn door facebook berichten en tweets van uw iPhones.” Allen stemden in met dit verzoek en de menigte sprak tot God: “Spreek, oh Heer, want wij zijn hongerig naar uw woorden die u spreken zal.” En zo geschiedde. De Heer sprak volgende woorden: “Als gij vlijtig zijt als den vroege vogel en als eerste der werknemers toekomt en gij niemand anders aantreft noch in het kantoor noch op het wc dan en alleen dan is het uw taak om den airco en modem aanzetten en gij zult de menigte werknemers die na u komen van koelte en wifi voorzien. Gij zult daarvoor in stilte geprezen worden.

Na deze eerste taak ga ik aan mijn bureau zitten. 
Naast mij zit Suwit, een ietwat oudere en kleinere Thai. Dahn zegt dat hij een uitstekend copywriter is en een historicus op het gebied van reclame. Maar meestal zit hij niet naast mij. Hij zit in de zetels, aan de meeting tafel of loopt een beetje rond. Hij ziet er uit als een Thaise kabouter. Ik schat dat hij tussen veertig en vijftig jaar oud is maar hij heeft de lichaamsbouw van een veertienjarige jongen. Hij houdt enorm van pikant eten en toont mij soms tijdens lunches of diners hoe ik dit of dat moet eten en welke saus erbij hoort. Verder praat hij niet zo veel tegen mij. Ik denk dat hij zijn kaboutergeheimpjes liever voor zich houdt. Ik zou hetzelfde doen als ik een kabouter was.

Tussen tien en één uur sijpelt iedereen binnen en begint de werkdag. Tussen één en twee gaan we lunchen in een van de vele restaurantjes op Thong Lo. Ondanks linguïstische barrières is het contact met mijn collega's aangenaam en lunch is altijd een leuke gebeurtenis. Na lunch wordt er soms nog een boodschap gedaan, fruit of koffie wordt gekocht.

Na de lunch hernemen we het werk en stoppen we wanneer de job gedaan is of we zin hebben om naar huis te gaan of wanneer we honger hebben of wanneer we....... . Mij lijkt het dat je zelf je werkuren kiest zolang je werk af is.

Mijn werk bestaat uit concepten bedenken. En af en toe vraag ik aan mezelf: “En, wat heb je vandaag gedaan?” Dan moet ik soms eerlijkheidshalve antwoorden: “euhm... internet.” Internet gebeurt soms als ik geen briefing heb. Maar meestal heb ik een briefing. En dan gebeurt internet slechts in beperkte mate.

Ik verlaat het kantoor meestal tussen acht en negen uur. Ik fiets naar huis. Eet iets, lees wat of kijk een filmpje en ga slapen.

maandag 4 maart 2013

Tien februari. Omstreeks zeven uur 's avonds verlaat ik mijn appartement voor een trip naar de night market in Soi Patpong. Terwijl ik naar de lift loop controleer ik of ik mijn sleutels bij me heb. Dat is een gewoonte die ik hier begonnen ben omdat ik als de dood ben om mijn sleutels te verliezen. En ge voelt hem al komen zeker? We hebben prijs. Geen sleutels te bespeuren in mijn zakken. Achterzakken niks. Iedereen er uit. Portefeuille, gsm en koptelefoonkabel. Misschien zijn ze uit mijn zakken gevallen? Geen sleutels te vinden op de route tussen lift en voordeur. Ondanks al mijn voorzorgsmaatregelen slaag ik er toch in om mezelf buiten te sluiten. Natuurlijk weet deze jongeheer zijn momenten ook uit te kiezen. Zondagavond, acht uur. Niemand aan de receptie. Dan maar naar de security guard. De security guard, laten we hem Eddy noemen, begrijpt dat ik mezelf heb buitengesloten en nodigt me uit om plaats te nemen in een bureaustoel die bij zijn bewakingspost staat. Die bewakingspost bestaat uit een oud bureau met een paar stoelen. Terwijl ik plaatsneem in deze sjofele maar comfortabele bureaustoel wordt het duidelijk dat Eddy wel wat Engels begrijpt maar er zelf geen spreekt. Het heeft deze ochtend geregend en bijgevolg zijn er een groot aantal muggen. Muggen waarvoor ik in mijn shorts een gemakkelijk slachtoffer ben. Eddy belt een paar mensen met zijn gsm en babbelt ondertussen vrolijk in het Thais tegen mij. Hij heeft een nogal verkreukeld schrift waar een paar telefoonnummers in staan geschreven en wijst er af en toe naar. Met de beste wil van de wereld kan ik niet uitmaken wat hij bedoelt. Mijn redding is nabij als twee andere huurders naar beneden komen. Eddy richt het woord tot deze twee jongedames en een van hen vraagt aan mij in het Engels wat er gebeurd is. Ik leg uit dat ik mijn sleutels vergeten ben. Ze babbelen een beetje met Eddy in het Thais, een andere huurder komt voorbij met wie ze ook een beetje babbelen. Iedereen lijkt bezorgd om mijn lot maar veel gebeurt er niet. Ondertussen zit ik daar, in een oude bureaustoel, met slechts enkele filosofische bedenkingen over sleutels en deuren. Uiteindelijk richt een van de twee behulpzame dames het woord tot mij en legt uit dat iemand op het achtste dezelfde sleutel als ik heeft maar die er niet is. De manager woont te ver om te komen. De kuisvrouw die ook een sleutel heeft woont dichtbij maar is te lui om te komen. Is het goed als er een slotenmaker komt om de deur te openen? Het gaat wel drie- of misschien vijfhonderd baht kosten. Ik zeg dat het goed is en dat die slotenmaker hem spoeit. Dat laatste verstaan ze niet goed maar de slotenmaker wordt gebeld. Tegen halfnegen zou hij er moeten zijn. Ik bedank mijn tolk en blijf alleen achter met Eddy en zijn verhalen die waarschijnlijk zeer entertainend zijn voor mensen die de Thaise taal machtig zijn.
Anderhalf uur nadat ik mijn kamer verliet sta ik opnieuw voor mijn voordeur in het gezelschap van een slotenmaker. De beste man zet zich op zijn knieën en begint het slot open te prutsen. Blijkbaar kunnen die jongens zo maar een slot open prutsen met twee eindjes ijzerdraad. Een paar seconden later is mijn deur open en ben ik vijfhonderd baht armer. Ik ga terug naar beneden met een frisse pint om Eddy te bedanken voor zijn uitmuntende service en eens boven beslis ik om ook een pint te drinken. Dan denkt een mens dat zijn avond gepasseerd is. Neen hoor. Terwijl ik rustig op mijn balkon een pintje drink zie ik twee mensen naar mij kijken. Kan een mens nu al geen pintje meer drinken op zijn balkon zonder bekijks te hebben? Opeens roept een van deze delinquenten: “Good evening”. Beneden staat het koppel dat in nummer 405 woont en raad eens. Meneer en mevrouw 405 zijn ook verstrooid van aard en hebben net zoals ik ook hun sleutel laten liggen in hun kamer. Meneer 405 vraagt me of hij via mijn balkon (404) naar zijn balkon mag klimmen. Ik ga akkoord en daar staat plots een japanner voor me die zich eerst volledig voorstelt en dan snel via mijn balkon naar het zijne stapt. “I'll be right back” zegt hij. Enkele ogenblikken later staat meneer 405 terug met twee Cola Zeros. Ik zeg hem dat ik ook soms mijn sleutels vergeet en stel voor dat ik ook van hun balkon gebruik maak als ik in de toekomst mijn sleutels vergeet. Of ze het begrepen hebben weet ik niet maar ik weet hoe ik de volgende keer 500 baht kan besparen.

In de week die volgt neemt Pulp, een van mijn collega's, mij mee met een paar van haar vrienden naar Asiatique. Een soort shoppingcenter/markt aan de oevers van de Chao Praya, de stroom die door Bangkok loopt. Het allegaartje van winkels en restaurants doet nogal westers aan en er valt niet geweldig veel te beleven maar ik ben in aangenaam (lees Engelstalig) gezelschap en dat maakt veel goed.
De dag erop maak ik kennis met een vriend van Dahn die strateeg is. Dahn nodigt ons 's avonds uit op restaurant om te praten over de strategie voor de Beerlao Gold campagne. Yes, alweer eten (lees pinten pakken) op kosten van de baas. Ik leer bij over de Thai en de Laotianen. De theorie les wordt een praktijk les en het fameuze Singha Beer vloeit rijkelijk. Dahn's vriend, Pitahm, vertelt me dat de Thai en de Laotianen graag drinken. Hij legt me ook uit dat Thaise whisky in feite geen whisky is want het wordt niet van graan gemaakt maar van suikermelasse en het zou dus eigenlijk rum genoemd moeten worden. Maar de Thai vinden whisky chiquer klinken en noemen het daarom whisky. Merken als Johnnie Walker en Jack Daniels zijn hier populair. Whisky is echter enkel een status symbool want ze snappen niet waarom ze voor een onbekende (maar betere) single malt meer zouden betalen dan voor Johhnie Walker. Het wordt later en later in het Japanse restaurant maar we gaan nog niet naar huis. Van het restaurant gaan we naar een jazzcafé waar een live band optreedt. Mijn eerste café in Bangkok. Het interieur is een mix tussen een bruine kroeg en Thaise antiquiteiten. De live band plus zanger spelen muziek van Sinatra en Earth Wind & Fire. Muziek die puristen waarschijnlijk niet onder jazz zouden classificeren maar hey, dit is Bangkok, who cares? Ergens tussen een en twee begeef ik mij naar mijn stulpje om de volgende dag met een zwaar hoofd op te staan. Deze dag belooft niet de productiefste van deze week te worden.

Het weekend daarop (16/02 en 17/02) gaan Dahn en een paar collega's naar Laos om de markt te verkennen voor de Beerlao Gold campagne. Dahn nodigt me mee uit maar ik leg hem uit dat als ik mee ga ik in de problemen zou kunnen komen met mijn verblijf. Ik heb een toeristenvisum met drie entries en elke entry is goed voor zestig dagen. Mijn eerste termijn loopt nu en als ik het land zo vroeg al uitga dan verlies ik alle andere dagen van de eerste termijn. Zaterdag ga ik kleren kopen in de Platinum Mall. Een shopppingcenter van formaat waar enkel kleren te koop zijn aan zeer lage prijzen. Het is in twee zones opgedeeld en met uitzondering van het vierde verdiep van zone 2 zijn er enkel vrouwenkleren te koop. Binnen in de Platinum Mall zijn er geen aparte winkels maar eerder stalletjes van een paar vierkante meter. En bijna nergens kan je de kleren passen. HELLO, I SAID CAN NOT TRY. Okay, okay. Dan maar vragen naar mijn maat. Ik kom thuis met een hemd en een paar T-shirts die passen maar met twee shorts die te klein zijn en een jeans waarvan de pijpen te kort zijn. Ik troost me met de gedachte dat het mij niet veel gekost heeft.
Na deze materialistische activiteit die in Thailand nogal populair is vind ik dat het tijd is voor wat cultuur. Ik bezoek Jim Thompson's huis. Jim Thompson was, zie Wikipedia. Daar kan je het ook lezen. Het gaat hier over mij en niet over een Amerikaan die zich bezig hield met het produceren en exporteren van zijde.
Jim Thompson's huis is een traditioneel Thais huis, volledig vervaardigd uit Teak. Een ticketje kost mij slechts 50 baht en elk bezoek wordt in groep door een gids begeleid. De tour is in het Engels en duurt twintig minuten. De gids doet haar best maar haar relaas lijkt ingestudeerd en een passie voor vertellen lijkt afwezig. Misschien komt het door de warmte. Het is 35 graden en alle shorts en T-shirts in de wereld helpen niet om aan de hitte te ontsnappen. Het huis is daarentegen prachtig. Na de tour begeef ik mij snel naar de geairconditionede skytrain om af te koelen. Terug naar Thong Lor, terug naar soi Cham Chung.


De week erop gaat voorbij zonder veel noemenswaardige gebeurtenissen behalve dat ik weer eens door Dahn getrakteerd wordt. Seafood deze keer. Het doel van dit restaurantbezoek is wederom om de Beerlao Gold campagne bespreken. Er wordt over Beerlao Gold gebabbeld en over andere dingen. Ondertussen wordt er gegeten, gedronken en gelachen. Donderdag en vrijdag hou ik me bezig met taglines schrijven voor Beerlao Gold. Ik vraag me af wanneer er eens een review zou zijn van mijn ideeën of die van de andere creatieven.

Zaterdag (23/02) bezoek ik, met ietwat een houten hoofd van de vorige nacht, samen met Dahn en Mim het Grand Palace. Bangkok's nummer een toeristische bestemming. Mim is de vriendin van Dahn. En niet toevallig is ook haar naam aan de korte kant. Bijna elke Thai heeft een lange en officiële voornaam die ze zelden gebruiken en een bijnaam. Dahn's echte naam is Weerachon maar hij gebruikt voor alles Dahn, op zijn visitekaartje, als hij zichzelf voorstelt, enzovoort. Alleen bij zeer officiële gelegenheden zou hij zijn volledige voornaam gebruiken. En zo zijn er op het kantoor Oui, Pui, Pulp, Wit, Oun en Kak. Die laatste wordt als gek uitgesproken met een “g” zoals in garçon. En het moet lukken dat mijn collega's ook mij een Thaise bijnaam hebben gegeven. Van Alex zijn ze op het Thaise Lek gekomen. En Lek is de bijnaam voor Surapong. Allemaal goed en wel je ging over het Grand Palace vertellen.

Zaterdag om elf uur pikken Dahn en Mim me op. We rijden naar het Grand Palace maar lunch heeft voorrang op het tempelbezoek. We lunchen in de buurt van het Grand Palace in een oud restaurantje met nog oudere uitbaters. Mim is er zeker van dat het meneertje dat ons bedient ouder is dan 100 jaar en zo ziet hij er ook uit. 

Het Grand Palace zelf is een fantastische ervaring. Wat Phrae Kew is een tempelcomplex dat gebouwd werd ergens rond 1800 toen Bangkok de nieuwe hoofdstad van Thailand werd. Het is een prachtig stukje geschiedenis. We lopen tussen gouden torens, met spiegels ingelegde pilaren en een paar reuzen die als bewakers dienen. In de tempel van the emerald buddha brengen Dahn en Mim een eerbetoon aan Boeddha.
Negentig procent van alle Thai zijn praktiserende Boeddhisten. En naast het grand palace zijn er overal tempels en shrines te vinden die gebruikt worden om offers te brengen. Bij deze Boeddha's zie je geregeld bananen, bloemen en andere spullen liggen. Ook in het kantoor staat een kleine Boeddha.




Na het Grand Palace bezoeken we het Siam Discovery museum. Het is een interactief museum dat de volledige geschiedenis van Siam of moderner gezegd Thailand toont. Ik leer veel bij over de Thaise geschiedenis. Maar genoeg history class zegt Dahn. We gaan naar een restaurant aan de oevers van de Chao Praya. We eten vis op een overdekt dakterras terwijl de zon onder gaat. Night time is the right time zingt Ray Charles en gelijk heeft hij. De dag zit er nog niet op want we gaan naar Khao San Road. Khao San is de enige plaats in Bangkok waar je meer westerlingen ziet dan Thai. Het is een brede straat met een overvloed aan winkeltjes en kraampjes. Veel backpackers verblijven er in de talrijke guesthouses en je kunt er tattoeages laten zetten, sisha roken, een diploma of kostuum op maat laten maken en allemaal voor een prijsje. Khao San en omgeving barst ook van de bars en restaurants. We eten wat barbecue in een restaurant met foto's van het eten. Ga nooit naar een restaurant waar het menu of het uithangbord foto's van het eten toont. Nooit. Je krijgt gegarandeerd bucht op je bord. Deze regel geldt echter niet in Thailand. De helft van de restaurants hebben foto's van het eten op de kaart en ik heb hier nog geen enkele keer slecht gegeten. Je kan hier eigenlijk niet missen met het eten behalve als je iets besteld dat wat te pikant is. Dat kan je de dag erna wel eens voelen op het toilet. Johnny Cash snapt wat ik bedoel https://www.youtube.com/watch?v=mIBTg7q9oNc.

We eten barbecue en drinken Chang. Vooraleer we huiswaarts gaan stoppen we nog even bij het standbeeld van Rama V. Koningen worden even hard vereerd als Boeddha. Dit geldt ook voor de huidige koning Bhumibol. Bij het standbeeld van Rama V zitten ook verschillende mensen op hun knieëen en je kan er een kaars branden of offerandes brengen. Het plein is ook een verzamelplaats voor motoristen, fixed gears bendes en autotuners. Er wordt geparadeerd en bewonderd.
Zondag slaap ik uit en ben ik lui. 's Avonds wordt er voor het eerst geskyped met mijn ouders en broers.


Tijdens de week wordt er hard gewerkt om de Beerlao Gold campagne rond te krijgen. Ook zaterdag wordt er gewerkt. Dahn wil alle concepten deze week af hebben zodat er tijd genoeg is voor de uitwerking van de ideeën. Op dertien maart moet de campagne in Vientiane (Lao's hoofdstad) gepresenteerd worden. Terwijl ik dit verslag nalees wacht ik op water. Het is twaalf uur en ben nog altijd niet vertrokken naar het kantoor want er zijn werken aan de waterleidingen en er is momenteel geen stromend water. Persoonlijke hygiëne is geen zaak van leven of dood bij mij maar een douche is hier toch onmisbaar. Over een uurtje zou er water moeten zijn zegt de vriendelijke mevrouw van de receptie.

Was er na een uurtje wachten water of niet? Heeft Alexander mensonterende dingen moeten doen om zich te kunnen wassen? Loopt er een hondje met kleren aan in de kantoren van Well Done Bangkok? U krijgt het allemaal te horen in een volgende aflevering van “Everybody Loves The Sunshine.”